Op 8 juni is de is de Tijdelijke wet loondispensatie en onderliggende regelgeving gepubliceerd in Staatsblad en Staatscourant. Van 9 juni tot en met 6 juli konden gemeenten zich aanmelden voor de pilot loondispensatie. Binnen deze termijn zijn er 49 aanmeldingen binnengekomen waarbij in totaal 82 gemeenten betrokken zijn. Het ministerie van SZW heeft daaruit een selectie gemaakt met een goede spreiding over het land en kenmerken van gemeenten als omvang en uitvoering van de Wsw en Wwb.
De (samenwerkingsverbanden van) gemeenten die meedoen aan de pilot loondispensatie zijn:
Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Brummen, Coevorden, Deventer, Diamantgroep (Alphen-Chaam, Tilburg, Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek), Doetinchem, Enschede, Gouda, Groningen, Helmond, Heumen, ISD Walcheren (Middelburg, Veere, Vlissingen), Leidschendam-Voorburg, Lelystad, Oldenzaal, Oss, Peel en Maas, Purmerend, Reestmond (De Wolden, Meppel, Staphorst, Westerveld) Rheden, Roosendaal, Rotterdam, Smallingerland, Stadskanaal, Velsen, Venray, Weststellingwerf, WNK (Alkmaar, Heerhugowaard, Bergen, Langedijk, Graft -de Rijp, Schermer, Castricum, Heiloo) en Wijchen.
Doelgroep
Personen die in aanmerking kunnen komen om met inzet van loondispensatie aan de slag te gaan zijn:
personen die algemene bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), die beschikken over een geldige Wsw-indicatie en op de huidige Wsw-wachtlijst staan (of gedurende de pilot komen);
- personen die algemene bijstand ontvangen op grond van de Wwb, die niet beschikken over een geldige Wsw-indicatie en door een arbeidsbeperking niet in staat zijn om het wettelijk minimumloon te verdienen maar wel ten minste 20% daarvan;
- jongeren tussen 23 en 27 jaar (die vanaf 1 oktober 2009 door de inwerkingtreding van de Wet investeren in jongeren (Wij) niet meer tot de Wwb-doelgroep behoren) mits ze aan bovenstaande criteria voldoen.
Stappen naar een baan in deze pilot
Stap 1 Toegangstoets
Het staat gemeenten vrij om zonder meer elke persoon van 23 jaar of ouder die algemene bijstand ontvangt op grond van de Wwb of een inkomensvoorziening op grond van de Wij met inzet van loondispensatie aan de slag te helpen als betrokkene in bezit is van een geldige Wsw-indicatie. Voor personen van 23 jaar of ouder, die algemene bijstand ontvangen op grond van de Wwb of een inkomensvoorziening ontvangen op grond van de Wij, zonder geldige Wsw-indicatie zal uit de toegangstoets moeten blijken of sprake is van een arbeidsbeperking, oftewel of zij vanwege structurele lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperkingen niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen maar wel ten minste 20% daarvan. Voor hen wijst de toegangstoets uit of zij tot de doelgroep behoren.
Stap 2 Werken met behoud van uitkering dan wel inkomensvoorziening
Als een potentiële werkgever is gevonden, kan de gemeente ervoor kiezen om een persoon uit de doelgroep een beperkte periode van maximaal drie maanden met behoud van uitkering dan wel inkomensvoorziening te laten werken bij de potentiële werkgever. Zo kan betrokkene laten zien wat hij waard is, kan de werkgever een reëel beeld van de potentiële werknemer krijgen en kan de gemeente bepalen welke voorzieningen noodzakelijk zijn om betrokkene te ondersteunen en te begeleiden bij zijn werkzaamheden.
Stap 3 Loonwaardebepaling
Voordat betrokkene een dienstbetrekking kan aangaan met de werkgever, dient de gemeente de loonwaarde te bepalen. Op de werkvloer zal op basis van een objectieve methodiek concreet worden vastgesteld wat iemand in de desbetreffende functie kan betekenen in termen van productiviteit.
Stap 4 Dienstbetrekking
Naar aanleiding van de uitkomst van de loonwaardebepaling krijgt de werkgever van de gemeente een beschikking, waarin wordt bepaald dat hij, mocht hij overgaan tot het aangaan van een dienstbetrekking met betrokkene, vrijgesteld (gedispenseerd) zal zijn van de verplichting om het normaliter voor zijn werknemer rechtens geldende loon te betalen. Deze beschikking vermeldt het percentage dat de werkgever van het rechtens geldende loon dient uit te betalen aan de werknemer.
Als vervolgens de werkgever en betrokkene een dienstbetrekking aangaan in het kader van de pilot dan betreft dit een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of een publiekrechtelijke dienstbetrekking, waarbij alleen afwijkende regels gelden voor wat het loon betreft. Naast het loon, dat de werknemer ontvangt van de werkgever, krijgt de werknemer een aanvullende uitkering van de gemeente. De aanvullende uitkering wordt zo berekend dat deze afneemt als het loon (de loonwaarde) stijgt, tot een maximum van 100% van het wettelijk minimumloon. Uitgangspunt bij de beloning van de werknemer is dat werken moet lonen. Het inkomen is altijd hoger dan het uitkeringsniveau en neemt toe als de arbeidsproductiviteit stijgt.
De gemeente is gedurende de dienstbetrekking verplicht de voorzieningen te treffen die noodzakelijk zijn om de werknemer te ondersteunen en te begeleiden bij zijn werkzaamheden. Ook zal de gemeente de loonwaarde periodiek evalueren. Mensen kunnen zich immers ontwikkelen; arbeidsproductiviteit is geen statisch gegeven.
Zie ook