Met het afgesloten regionaal sociaal akkoord geeft VNO NCW Rivierenland invulling aan de wens tot maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), die leeft bij een relatief grote groep werkgevers. Deelnemers aan het akkoord zijn VNO-NCW (namens de werkgevers), gemeenten, UWV WERKbedrijf, sw-bedrijf LANDER Werk & Participatie, de Provincie en de vakbonden. "De belangrijkste voorwaarde om te slagen, is werkgevers medeverantwoordelijk te maken", zegt Harry Vogelaar, bestuurslid van VNO-NCW Rivierenlanden en directeur van sw-bedrijf LANDER Werk & Participatie.
MVO is voor veel werkgevers een manier om positief naar buiten te treden. Het natuurlijke contact tussen LANDER en VNO-NCW maakte het makkelijk het onderwerp MVO op de agenda te zetten én handen en voeten te geven. In de regio Rivierenland helpt het zogenoemde Werkgeversadviespunt Rivierenland (WAPR) daarbij. Hier komen aanbieders (gemeenten, UWV en LANDER) samen en kunnen werkgevers hun vraag neerleggen. Het was dan ook een logische stap om het WAPR nauw te betrekken bij het regionaal sociaal akkoord dat in november 2011 werd gesloten. Daarin beloven alle partijen zich in te spannen 200 extra mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te plaatsen bij een werkgever. Vogelaar: "De wijzigingen in het sociaal beleid en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt maken een dergelijk akkoord nodig. Door met elkaar te tekenen, laten we zien dat we commitment geven. Het is geen vrijblijvende actie, iets om goede sier mee te maken." Joris Nelissen, voorzitter van VNO-NCW Rivierenland vult aan: "We gaan alle bedrijvenkringen in de regio langs om concrete afspraken te maken over het aantal mensen dat zij in hun kring gaan plaatsen."
Werkgevers vertellen
Kiek Diepenhorst geeft namens het WAPR invulling aan het regionaal sociaal akkoord. "Het nauwe contact dat onze adviseurs al hebben met werkgevers biedt een prachtig netwerk, dat we direct hebben ingezet om het regionale bedrijfsleven te betrekken bij dit initiatief. Dan heb je er al snel een paar die willen meedoen. Om het akkoord en de uitvoering daarvan onder de aandacht te brengen bij zo veel mogelijk werkgevers in de regio, hebben de verschillende bedrijvenkringen ons uitgenodigd bij verschillende werkgeversbijeenkomsten. Daar heb ik niet zelf het woord gedaan, dat liet ik voornamelijk door werkgevers doen die al wat ervaring hebben opgedaan met mensen die behoren tot de doelgroep."
Verder leren kijken
"Meteen een dienstverband is vaak een brug te ver", erkent Vogelaar. "Daarom beginnen we met werkstages. Je moet denken vanuit de werkgever. Dat betekent vaak: denken vanuit flexibiliteit." Diepenhorst vult aan: "Dat betekent niet dat een werkgever iemand voor een klusje kan inzetten en hem na 3 weken weer terugstuurt. Maar je kunt wel denken aan een flexpool of werken op uitzendbasis." Ook Nelissen merkt dat nieuwe werkgevers huiverig zijn voor een dienstverband: "Er is grote angst voor uitval. Je kunt dus beter werken op detacheringsbasis."
Overigens moeten niet alleen de toeleveranciers van arbeidskrachten een nieuwe manier van denken aanleren. Volgens Vogelaar moeten werkgevers ook anders naar hun eigen bedrijf leren kijken, willen ze invulling geven aan het sociaal akkoord. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van jobcarving. Vogelaar merkt overigens dat deze manier van denken langzaam maar zeker opmars maakt onder werkgevers. Diepenhorst probeert werkgevers ook altijd verder te laten kijken: "Kun je zelf geen mensen plaatsen, kijk dan eens bij je toeleveranciers. Heb je de schoonmaak uitbesteed? Misschien kun je van je schoonmaakbedrijf vragen dat ze iets doen aan MVO. De overheid doet dat, waarom het bedrijfsleven niet?"
Ondersteuning bieden
Diepenhorst merkt dat werkgevers die eenmaal commitment hebben beloofd, ook echt willen. "Er moet niet te veel bij komen kijken. Goede ondersteuning en begeleiding vanuit het WAPR zijn dus randvoorwaarden." Vogelaar vult aan: "Je kunt niet alles aan de markt overlaten. Er blijft een publieke verantwoordelijkheid. Die ligt onder andere in ondersteuning." Nelissen vindt het belangrijk dat werkgevers vertrouwen hebben in de overheid: "Ze moeten ervan op aan kunnen dat een regeling als loondispensatie blijvend is. Want werkgevers willen er niet op toe hoeven leggen of voor nare verrassingen komen te staan. Ondersteuning en compensatie blijft een rol voor de overheid. Die kun je niet privatiseren." Overigens denkt Nelissen dat veel werkgevers nog onvoldoende op de hoogte zijn van een instrument als loondispensatie: "Ook goede voorlichting blijft belangrijk."
Werkgever wordt medeverantwoordelijk
De volgende stap op weg naar Werken naar vermogen is volgens Vogelaar werkgevers mede-eigenaar maken van het WAPR, om zo de betrokkenheid duurzaam te verhogen en het voortbestaan te borgen. Diepenhorst: "We hebben hier een groep werknemers, daar moet Nederland iets mee, onder welke wet ze ook vallen. In iedere regio zijn netwerken van werkgevers. Maak daarvan gebruik, stap naar jouw regionale afdeling van VNO-NCW. Laat werkgevers elkaar over hun ervaringen vertellen, ontzorg. En maak die werkgever medeverantwoordelijk. Bijvoorbeeld door zoals wij gedaan hebben dit toch wel bijzondere akkoord te sluiten, dan staat het zwart op wit."